Voor mij als kunstenaar voel ik mij vaak als de spreker van een schijnbaar verloren taal. Een beeldentaal die beïnvloed wordt door de wereld om mij heen en tegelijkertijd opgeduikeld wordt vanuit de krochten van mijn emotioneel instabiele zijn. Golven van zinsbegoocheling zoals de sjamaan die het onweer aanroept en de liefde voor het zijn die mijn werk een twinkelende harmonie proberen te geven.

Door “iets” te creëren stel ik mij voor als een “loper” op een schaakbord in gevecht met de corruptie van herinneringen en de spontaniteit van het zijn.

Een tekenaar als een acteur, grossier in de dualiteit van te wonen in een kleine stad en de nachtelijke dromen onder de sterrenhemel van wandelingen met Van Gogh, lichtobsessies te delen met Rembrandt. 

Overdag zijn het de tekeningen en foto’s van de dingen die mij in mijn omgeving opvallen en bij avond en nacht laat ik mij in mijn werk leiden door mijn dromen en zou ik mij het liefst onderdompelen in de mythologische drijfveren van het bestaan.

Opleiding / Education: 

Gerrit Rietveld Academie, Amsterdam 2000-2005
Grafisch lyceum, Utrecht (1997-2000)

To me as an artist, I often feel like I am trying to speak a seemingly lost language. A visual language that is influenced by the world around me while at the same time each ideas echoes from the depths of my emotionally unstable being. A shaman hooked to his delusion to invoke dangerous thunderstorms and my humble love to give my work a twinkling harmony.

By creating “something” I imagine myself as a “bishop” on a chessboard fighting the corruption of memories and the spontaneity of being.

A draftsman as an actor, caught in the duality of living in a small fruitless city and sharing his nightly dreams under the stars of walks with Van Gogh, sharing obsessions about light with Rembrandt.

At daytime I create a diary with drawings and photos of my surrounding and during the evening and night I let my dreams guide me in my work and I would prefer to immerse myself in the mythological motives of existence.